Positie van de palen
Er zijn geen regels volgens welke vaststaat waar een grenspaal moet worden geplaatst. Meestal
staat er een waar twee grensgemeenten aan elkaar grenzen. Waar de grens een hoek maakt, staat
er ook vaak een, maar soms ook niet. Langs oude doorgaande wegen treft men ook vaak een
grenspaal aan. Het komt voor dat grenspalen slechts enkele meters van elkaar verwijderd
staan (Overslag, Zeeland en De Kanne, Limburg), maar soms zit er wel vier kilometer
tussen (bijv. grenspalen 208 - 209 en 251 - 252). Rond Baarle Nassau, waar het haast onmogelijk
was de grens vast te stellen, staan helemaal geen palen of stenen. De grens heeft hier een
zeer grillig verloop: op een grenslengte van maar liefst 70 kilometer, tussen 214 en 215, staat
geen enkele grensaanduiding.
De arduinen grensstenen zijn veel kleiner dan de gietijzeren palen. Men komt ze wel tegen op plaatsen waar een landweg de grens kruist of op gelijke afstand tussen ver uit elkaar staande grenspalen. Tenslotte worden plaatsen waar de grens op zeer korte afstand van elkaar een hoek maakt, vaak gemarkeerd door grensstenen.
Grenspalen
In 1843, direct na het sluiten van de grensovereenkomst, vond de openbare aanbesteding plaats
voor het leveren en plaatsen van de grenspalen en hulppalen. Dat gebeurde middels deze
openbare aankondigingen in diverse steden van beide landen.
Een firma uit Luik leverde de gietijzeren
palen, een firma uit Maastricht leverde de hardstenen tussenpalen. Het vervoer en het plaatsen
van de palen werd eveneens aan een Belgisch en een Nederlands bedrijf gegund.
In minder dan een jaar tijd werden alle 388 palen en 356 hardstenen hulppalen geplaatst.
Dat moet een hele klus geweest zijn met de hulpmiddelen van die tijd: veel plaatsen waren en
zijn moeilijk bereikbaar, en een gietijzeren grenspaal weegt ruim 700 kilogram !
De op een achthoekig basement rustende ronde gietijzeren palen zijn obeliskvormig en versierd
met de wapens van de beide koninkrijken, het volgnummer en het jaartal waarin de grens
werd vastgesteld. (1843)
Bij het drielandenpunt kwam paal nummer 1 te staan en ten westen van
Retranchement zette men paal 365.
Later, bij de bedijking van het Zwin werden de palen 366 t/m 369 geplaatst. Deze dragen het
jaartal 1869. Na de inpoldering van het Verdronken land van Saeftinge ontstond de
Hertogin Hedwigpolder. Hier werden de palen 269a, 269b en 269c geplaatst. Deze palen dragen
het jaartal 1905. Deze laatste palen wijken in enig opzicht af van hun soortgenoten: de vorm
is iets anders. Daarnaast zijn de positie van nummer en jaartal op de paal gewisseld:
het nummer staat links van de Nederlandse leeuw en het jaartal staat rechts, terwijl dit bij
alle andere palen andersom is. Een leek ziet geen verschil, de kenner ziet het meteen !
Tenslotte werden in 2000 twee 'nieuwe' palen geplaatst: grenspaal 268a aan het Schelde - Rijn
kanaal, en paal 307a aan de nieuwe weg tussen Zelzate en Westdorpe.
Grenzen
Het heeft al met al erg lang geduurd voordat de grens tussen België en Nederland,
zoals wij die nu kennen, afgepaald werd. Na het tractaat van Londen duurde het nog ruim
3 1/2 jaar eer vertegenwoordigers van de beide Koninkrijken het eens waren over de
scheiding.
Op 5 november 1842 werd een verdrag tussen België en Nederland ondertekend.
De grensscheiding tussen beide Koninkrijken werd nader uitgewerkt in een overeenkomst,
gesloten te Maastricht op 8 augustus 1843. Aan de overeenkomst werd toegevoegd
"Het reglement voor het plaatsen van de grenspalen".
Dit reglement vermeldt o.a. plaatsing,
afmetingen en nummering van de grenspalen. Voorts werd het "beschrijvend proces
verbaal" toegevoegd, waarin de gehele grens tussen Vaals tot aan de Noordzee nauwkeurig
van paal tot paal staat beschreven. Niet voor niets dragen de meeste grenspalen
als jaartal 1843.
Nederland - België
Het grondgebied van België, Luxemburg en Nederland behoorde in de 14e en 15e
eeuw tot het Bourgondische rijk en vanaf 1477 tot de Habsburgse monarchie. In 1579
werd door de zeven noordelijke provincies in de Unie van Utrecht de grondslag voor de
huidige Nederlandse staat (de Republiek) gelegd, de zuidelijke provincies bleven onder
Spaans gezag.
In 1648 werd deze tweedeling erkend bij de vrede van Münster.
In 1713 vervielen de Spaanse Nederlanden aan Oostenrijk. Een aantal historische grenspalen
in Zeeland en Limburg herinneren hier nog aan.
Napoleon bracht Noord en Zuid tezamen onder zijn direct gezag.
In 1815 werd op het Weens Congres besloten de oude eenheid te herstellen als Koninkrijk
der Verenigde Nederlanden, met Willem I als koning. Het gebied omvatte ongeveer de
huidige Benelux. Bij deze indeling werd geen rekening gehouden met de wensen en belangen
van de bevolkingsgroepen die in deze zeer verschillende gebieden woonden.
In 1830 vonde de Brusselse opstand plaats, die uiteindelijk leidde tot de vestiging van
het Koninkrijk België (1831). Willem I wilde echter niet toegeven: Nederlandse en
Belgische legers bleven tot 1839 tegenover elkaar staan. Pas in 1839 erkende Willem I
onder druk de Belgische onafhankelijkheid. Dit gebeurde in datzelfde jaar bij het tractaat
van Londen.
Het Groothertogdom Luxemburg vormde van 1815 tot 1890 een personele unie met het
Koninkrijk der Nederlanden onder het Oranjehuis. Vanaf 1866 werd het echter
staatsrechtelijk reeds onafhankelijk.