België-Nederland, historie

De eerste en de laatste
De eerste en de laatste grenspaal hebben ongetwijfeld de meeste problemen opgeleverd. Grenspaal 369 stond jarenlang op een buitendijks gelegen zandvlakte in het Zwin, tussen Cadzand (NL) en Het Zoute (B). Bij stormvloed viel deze paal regelmatig om. Daarnaast 'zwalkte' de paal door de water- en zandstromen op deze woelige plek. Tenslotte was het uiterst moeilijk telkens weer vast te stellen waar de paal nou precies moest staan en hem stevig te plaatsen. Sinds enkele jaren staat grenspaal 369 op de dijk aan Nederlandse zijde op een veilige plaats.
Grenspaal 1 werd ooit geplaatst pal naast het 'echte' drielandenpunt, grenspaal 193. In 1922 echter werd de paal door Duitsland weggehaald en tentoon gesteld in een museum in Aken. In 1926 werd de paal teruggegeven en herplaatst. Als schadevergoeding werd een obeliskvormige paal geschonken. Deze staat ook bij het drielandenpunt. De V.V.V. van Vaals deed er nog een schepje bovenop en schonk een tweede obeliskvormige paal. Welke paal nou precies waar staat, daar zijn de meningen over verdeeld. Vast staat dat er na 1818 regelmatig gesleept is met palen op de Vaalserberg. Rob Vaessens heeft daarover een theorie, die ik steun: de grenspaal op het echte drielandenunt is niet de originele grenspaal 193, maar de door Duitsland in 1926 geschonken paal. De originele grenspaal 193 staat links van grenspaal 1. Deze grenspaal draagt immers nummer 193 en vertoont grote gelijkenis met eerdere nummers van die reeks (bijvoorbeeld 186 en 187).
Grenspaal 1 vormt het midden van drie grenspalen, die het toeristische drielandenpunt vormen. De drie palen staan echter ongeveer 30 meter in Nederland. Ze vormen naast toeristische attractie ook tegenwoordig het symbool van Vaals.Ze staan er dus alle drie eigenlijk voor de sier en markeren geen enkele grens. Als toeristentrekpleister doen ze het aardig !

Positie van de palen
Er zijn geen regels volgens welke vaststaat waar een grenspaal moet worden geplaatst. Meestal staat er een waar twee grensgemeenten aan elkaar grenzen. Waar de grens een hoek maakt, staat er ook vaak een, maar soms ook niet. Langs oude doorgaande wegen treft men ook vaak een grenspaal aan. Het komt voor dat grenspalen slechts enkele meters van elkaar verwijderd staan (Overslag, Zeeland en De Kanne, Limburg), maar soms zit er wel vier kilometer tussen (bijv. grenspalen 208 - 209 en 251 - 252). Rond Baarle Nassau, waar het haast onmogelijk was de grens vast te stellen, staan helemaal geen palen of stenen. De grens heeft hier een zeer grillig verloop: op een grenslengte van maar liefst 70 kilometer, tussen 214 en 215, staat geen enkele grensaanduiding.

De arduinen grensstenen zijn veel kleiner dan de gietijzeren palen. Men komt ze wel tegen op plaatsen waar een landweg de grens kruist of op gelijke afstand tussen ver uit elkaar staande grenspalen. Tenslotte worden plaatsen waar de grens op zeer korte afstand van elkaar een hoek maakt, vaak gemarkeerd door grensstenen.

Grenspalen
In 1843, direct na het sluiten van de grensovereenkomst, vond de openbare aanbesteding plaats voor het leveren en plaatsen van de grenspalen en hulppalen. Dat gebeurde middels deze openbare aankondigingen in diverse steden van beide landen. klik hierop voor een vergroting (184 kB), terug met de 'back' toets
Een firma uit Luik leverde de gietijzeren palen, een firma uit Maastricht leverde de hardstenen tussenpalen. Het vervoer en het plaatsen van de palen werd eveneens aan een Belgisch en een Nederlands bedrijf gegund.
In minder dan een jaar tijd werden alle 388 palen en 356 hardstenen hulppalen geplaatst.
Dat moet een hele klus geweest zijn met de hulpmiddelen van die tijd: veel plaatsen waren en zijn moeilijk bereikbaar, en een gietijzeren grenspaal weegt ruim 700 kilogram !
De op een achthoekig basement rustende ronde gietijzeren palen zijn obeliskvormig en versierd met de wapens van de beide koninkrijken, het volgnummer en het jaartal waarin de grens werd vastgesteld. (1843)
Bij het drielandenpunt kwam paal nummer 1 te staan en ten westen van Retranchement zette men paal 365. Later, bij de bedijking van het Zwin werden de palen 366 t/m 369 geplaatst. Deze dragen het jaartal 1869. Na de inpoldering van het Verdronken land van Saeftinge ontstond de Hertogin Hedwigpolder. Hier werden de palen 269a, 269b en 269c geplaatst. Deze palen dragen het jaartal 1905. Deze laatste palen wijken in enig opzicht af van hun soortgenoten: de vorm is iets anders. Daarnaast zijn de positie van nummer en jaartal op de paal gewisseld: het nummer staat links van de Nederlandse leeuw en het jaartal staat rechts, terwijl dit bij alle andere palen andersom is. Een leek ziet geen verschil, de kenner ziet het meteen !
Tenslotte werden in 2000 twee 'nieuwe' palen geplaatst: grenspaal 268a aan het Schelde - Rijn kanaal, en paal 307a aan de nieuwe weg tussen Zelzate en Westdorpe.

Grenzen
Het heeft al met al erg lang geduurd voordat de grens tussen België en Nederland, zoals wij die nu kennen, afgepaald werd. Na het tractaat van Londen duurde het nog ruim 3 1/2 jaar eer vertegenwoordigers van de beide Koninkrijken het eens waren over de scheiding.
Op 5 november 1842 werd een verdrag tussen België en Nederland ondertekend. de meeste grenspalen dragen het jaartal van het verdrag, 1843 De grensscheiding tussen beide Koninkrijken werd nader uitgewerkt in een overeenkomst, gesloten te Maastricht op 8 augustus 1843. Aan de overeenkomst werd toegevoegd "Het reglement voor het plaatsen van de grenspalen". Dit reglement vermeldt o.a. plaatsing, afmetingen en nummering van de grenspalen. Voorts werd het "beschrijvend proces verbaal" toegevoegd, waarin de gehele grens tussen Vaals tot aan de Noordzee nauwkeurig van paal tot paal staat beschreven. Niet voor niets dragen de meeste grenspalen als jaartal 1843.

Nederland - België
Het grondgebied van België, Luxemburg en Nederland behoorde in de 14e en 15e eeuw tot het Bourgondische rijk en vanaf 1477 tot de Habsburgse monarchie. In 1579 werd door de zeven noordelijke provincies in de Unie van Utrecht de grondslag voor de huidige Nederlandse staat (de Republiek) gelegd, de zuidelijke provincies bleven onder Spaans gezag. In 1648 werd deze tweedeling erkend bij de vrede van Münster.
In 1713 vervielen de Spaanse Nederlanden aan Oostenrijk. Een aantal historische grenspalen in Zeeland en Limburg herinneren hier nog aan. historische Oostenrijkse paal te Kemel, 1722 Napoleon bracht Noord en Zuid tezamen onder zijn direct gezag.
In 1815 werd op het Weens Congres besloten de oude eenheid te herstellen als Koninkrijk der Verenigde Nederlanden, met Willem I als koning. Het gebied omvatte ongeveer de huidige Benelux. Bij deze indeling werd geen rekening gehouden met de wensen en belangen van de bevolkingsgroepen die in deze zeer verschillende gebieden woonden.
In 1830 vonde de Brusselse opstand plaats, die uiteindelijk leidde tot de vestiging van het Koninkrijk België (1831). Willem I wilde echter niet toegeven: Nederlandse en Belgische legers bleven tot 1839 tegenover elkaar staan. Pas in 1839 erkende Willem I onder druk de Belgische onafhankelijkheid. Dit gebeurde in datzelfde jaar bij het tractaat van Londen.
Het Groothertogdom Luxemburg vormde van 1815 tot 1890 een personele unie met het Koninkrijk der Nederlanden onder het Oranjehuis. Vanaf 1866 werd het echter staatsrechtelijk reeds onafhankelijk.